Levend in mijn eigen wereld, take the blue pill en weescht welkom.

maandag 7 februari 2011

Lullaby

Mijn eigen lade vol gekleurde lepeltjes en pennen en stiften en bloemetjesstickers.
Ik word er bijna vrolijk van als ik ernaar kijk. Bijna.

Voor vrolijkheid moet je energie hebben, voor energie moet je goed slapen.
Dat is me helaas al 4 nachten niet gelukt.

Vanavond weer. Dan laat ik me niet tegenhouden. Ik val haast om.
Ik wou dat er iemand was die me opving.

Woorden stromen door mijn hoofd. Veel ervan gaan over jou.
In mijn hoofd schreeuw ik ze. In het echt niet. In het echt is er niemand die ze horen wil.
Eenzaamheid is een sluipende moordenaar.
Diagnose: uitgezaaid. Overlevingskans: verdwijnend.

Vanavond zal ik slapen.

dinsdag 25 januari 2011

Ronan Keating

Hij heeft het mooi voor elkaar. Met zijn liedjes.
De hele wereld zwijmelt weg. Alleen vergeten ze één ding.
Hij heeft geen idee waar hij het over heeft.

Alsof het allemaal zo makkelijk is. Alsof je elkaar maar aan hoeft te kijken om precies te weten wat er in de ander om gaat. Onzin!

When you say nothing at all? Ja,nou, dan weet ik dus ook nothing at all.
Hou je liedjes maar. Geef mij alsjeblieft maar woorden. Daar kan ik wat mee.

dinsdag 18 januari 2011

Rood licht

Ik ben vroeg en heb heel erg het gevoel dat ik mezelf moet vertroetelen. Bovendien ben ik vergeten sokken in te pakken en mijn deo is op, dus ik heb ook een aantoonbare reden om over Hoog Catharijne rond te dwalen. Voor sokken weet ik een Hema te vinden, voor deo een van de vele Etossen die hier zijn.

Tot nog toe is dit alles wat ik van Utrecht gezien heb: trein, Hoog Catharijne (wat eigenlijk gewoon het station is, maar dan vol met winkels) en mijn hotel wat direct naast het spoor ligt.

Ik loop verder. Ik koop thee bij De Tuinen. Badolie bij Rituals. Toch voel ik me nog niet genoeg vertroeteld. Ineens zie ik een groen licht.
Een namaak verkeerslicht voor de deur geeft aan dat je nú binnen kunt lopen zonder afspraak. Terwijl ik het zorgvuldig overweeg, sta ik ineens binnen. 'Kan ik uw jas aanbieden?' vraagt een meisje me. Ik zie dat ze het goed bedoelt, dus ik laat deze fout maar voorbij gaan en geef haar mijn jas, die keurig wordt opgehangen.

Er komt iemand bij me, en na enige formaliteiten-ja-gewoon-een-stukje-eraf word ik in een stoel gezet met mijn hoofd in een wasbak.

Hier moet ik even wat extra uitleg toevoegen. Ik ben trouw. Ongelooflijk trouw. Zo erg zelfs, dat toen mijn vriendin mijn haar knipte (en dat ook erg goed deed) ik tóch weer naar mijn eigen kapper terugging. Deze actie is dan ook erg atypisch voor mij. Maar goed. Daar zit ik dan. In afwachting van het Natmaken Der Haren. 'Het is vanmorgen al gewassen hoor,' zeg ik, 'dus je hoeft het alleen maar nat te ma...'
De goedkoop ruikende shampoo zit al op mijn hoofd. Hmpf. Ik ben beter gewend. Ik besluit dat het vast goede wil is van dit hele jonge meisje, en doe niet moeilijk. Het water is wat aan de koude kant van lauw, maar ook daar zet ik me overheen.

Bij het uitspoelen gaat het water net wat teveel over mijn oren. Ik verstijf. Water en mijn oren zijn geen vrienden. Zéker niet half liggend, want dan loopt het er pas echt in. Maar goed. Ik grijp de handdoek en droog mijn oren uit. Meisje legt verlegen uit dat iemand anders het gaat knippen. Ze blijkt alleen shampoomeisje te zijn. Aha.

Een veel te blond meisje komt bij me in mijn stoel. Ze heeft grote ogen. Kort vraagt ze me wat ik wens en daarna gaat ze aan het werk. Ze praat niet tegen mij. Wel met haar buurvrouw. Af en toe kijkt ze met lichte afkeuring naar me en corrigeert dan de stand van mijn hoofd. Ik doe mijn ogen maar dicht. Wanneer ze klaar is pakt ze een föhn en blaast mijn haar op de hoogste stand droog. Ik ben gewend dat dat met een ronde borstel gaat en dan langzaam maar zeker een Kapsel vormt. Niet hier.
Met haar ene hand pakt ze telkens een pluk van mijn haar en gooit ermee alsof het confetti is. Dit doet ze heel snel achter elkaar, zodat ik er uitzie alsof het stormt.
Ondertussen praat ze gewoon door met haar collega.
Haar handen zijn inmiddels bij het haar vlak langs mijn gezicht aangekomen en elke keer wanneer ze een pluk grijpt slaat ze best hard tegen mijn wang.
Opeens blaast de föhn recht in mijn oor en ik schud verschrikt mijn hoofd. 'Nee?' vraagt ze.
'Ehm...' antwoord ik. 'Ehm... nee, het was de föhn. In mijn oor. Dus...' 'Oh,' zegt ze, en ze gaat weer door.

Of ik er serum in wil. Nee dank je. Ik herinner me de shampoo van net nog. Nou, dan moet ik in ieder geval wél zelf wat erin doen, want zo kan het toch niet hoor. Mijn haar is droog.

Gelukkig laat ze het daarbij en ze begeleidt me naar de kassa. Klantenkaart? Nee. Ook dat wordt ontvangen met afkeuring. Dat is dan €33,50. Pardon?? Dat is ruim anderhalf keer wat ik normaal betaal. En dan krijg ik lekkere shampoo, voorzichtig föhnen en een kopje thee. Ik slik en trek mijn pinpas.

Eenmaal buiten voel ik direct weer de behoefte iets liefs voor mezelf te doen. Ik denk aan de badolie en loop naar mijn hotel.

Ik denk na over de ervaring die ik net achter de rug heb. Ik zag een licht, kreeg zin en ging naar binnen met een verwachting. Maar, ze deden net niet wat ik lekker vond, het rook net niet vertrouwd. De meisjes waren onpersoonlijk en ik voelde me afgewerkt. In te korte tijd stond ik onvoldaan, ontgoocheld en na een veel te hoge prijs weer buiten. Misschien had het een rode lamp moeten zijn in plaats van een groene...

Ik neem me voor mijn kapper niet meer te bedriegen.

woensdag 12 januari 2011

woensdagmorgen

de dag ligt als een berg voor me uit
ik heb geen keus, ik zal er overheen moeten
na het dal in de avond
ligt er morgen weer een nieuwe berg

het is eenzaam aan de top
maar ook het dal brengt me geen lust
uitzicht op een nieuwe klim
waar toch weer een diepte achter rust

ik zoek een reden om te klimmen
maar het uitzicht van het hoogste punt
biedt me alleen maar mist en kou
waar ben je nou?

dinsdag 2 november 2010

Ya man

Niet dat ik niet al best wel dat je zegt weinig schreef de laatste tijd, maar de komende weken zit ik zeg maar zo'n beetje op Jamaica dus komt er ook niks bij. dus.

zaterdag 2 oktober 2010

Opgelaten (waarom je geen rare koosnaampjes moet gebruiken, zéker niet op een plaats waar mannen eigenlijk niet thuishoren)

Ok, het was misschien niet helemaal doordacht. Maar, eerlijk is eerlijk, het was ook per ongeluk. Dus ik had een excuus voor mijn ondoordachtheid.

Ik loop rustig door de winkel en kijk rond op mijn gemak. Ik pak hier en daar wat uit het rek en kuier verder. Een klein jochie pakt een setje en houdt het voor zijn lichaam en gilt van plezier. Zijn moeder en oma schateren. 'Je weet toch, je bent een jongetje, jij hoeft geen BH', roepen ze met een dik Surinaams accent. Ze verlaten de winkel. Ik kijk het jochie lachend na terwijl hij nog probeert een greep tussen een paar strings te doen.

Ik richt mijn blik weer op de rekken op zoek naar mijn maat. Het is lastig iets te vinden wat niet voorgevormd of -gevuld is.
Ineens word ik me bewust van een glimlach in mijn blikveld. Automatisch glimlach ik terug. 'Leuke jongen', denk ik. Ineens dringt het tot me door dat er met me geflirt wordt. Terwijl ik mijn armen vol ondergoed heb. En alsof het nog niet erg genoeg is, realiseer ik me hoe vreselijk ongepast het is, want welke man komt er nou in zijn eentje in een lingeriezaak? Juist, zijn vriendin kan niet ver weg zijn.

Ik trek me terug in de paskamer. Na een hele serie BH's houd ik er twee over en heb ik al mijn tekortkomingen in de onverbiddelijke tl-verlichte spiegel kunnen bewonderen. Maar nu, twee is niet genoeg... Derde gratis dus dwaal ik verder. De winkel is niet groot dus ik voel me wat deja-vu'erig en ik blijf stilstaan. Weer een glimlach. Snel kijk ik de andere kant op en een dame komt me helpen. Op basis van mijn eerdere keuze weet ze iets voor me te vinden en ik verdwijn weer achter het gordijn. Naast me roept een stem om haar 'poepje'. Of hij even wil komen kijken.

Licht zwetend maar opgelucht sta ik even later bij de kassa. De glimlach staat op wacht voor de paskamers. De stem roept weer en de glimlach reageert. Nog even kijkt hij naar me met een bijna verontschuldigende glimlach.

Met een uitgeputte bankpas verlaat ik de winkel. 'Arme jongen', denk ik. 'Wat zal hij zich ongemakkelijk gevoeld hebben.'

vrijdag 1 oktober 2010

Pouce-beest

Vrijdagavond en alles is rustig. Lief is gaan spelen bij zijn vriendje.
Ik hang ongegeneerd op de bank met thee, chocola en dekentjes onder handbereik. Soepele sitcoms wisselen elkaar af op het scherm dat ik helemaal voor mezelf heb.

Helaas, ook vandaag is er reclame. Ik kijk naar het beeld op het moment dat Glorix gepromoot wordt. Twee toiletpotten, twee handen, twee flessen bleek. Simpel maar doeltreffend. Gaat tot wel 10 dagen langer mee. Voor en na deze openbaring worden nog even de schattige kinders getoond die beschermd moeten worden tegen al dat 'onhygiënisch vuil'. Omdat het weekend is, negeer ik deze groen-gras-uitspraak (ook wel bekend als een pleonasme voor de connaisseurs onder ons) en kijk ik naar een meisje dat zich met handen en voeten vasthoudt om op de pot te klimmen. En plots... loopt er een rode kat door het beeld.

Pardon?

Stel je voor: je bent reclamemaker en je weet een opdracht voor Glorix binnen te slepen. Je gaat met je hele gezin aan de tompouce en daarna begin je je brainstorm. Je moet NU pieken. Je moet briljant uit de hoek komen. En ineens heb je het: het heeft iets huiselijks, iets gezelligs nodig. Kinderen alléén is niet genoeg. Nee, er moet een huisdier bij. Misschien een hond? Nee, honden zijn te rommelig. Een rustige hond werkt averechts... maar... ja. JA. Een kat. Tevreden neem je nog een hap van je tompouce. Zo, weer een klus geklaard.

donderdag 23 september 2010

Doeltreffend

Op maandag doe ik aan boogschieten. Met vriendinnen.
Op maandag raak ik alles, behalve mijn eigen schietschijf.

Ok, hyperbool. Ik raak óók af en toe mijn eigen schijf. Best wel vaak zelfs. Maar niet steeds. En al helemaal niet in de roos. Terwijl het toch echt makkelijker moest zijn mét vizier. Misschien heb ik gewoon mijn dag niet.

Het begon zo: weken geleden kreeg ik een smsje van Vriendin met de tekst: hey, ga je mee op boogschieten?
Daar is natuurlijk maar één antwoord op mogelijk: Ja natuurlijk.
Dus 3 weken geleden kwamen we maar iets te laat met zijn vijven aan bijhandboogvereniging De Eendracht in Vlissingen.

Twee mannen hesen ons al giebelend in onze beschermende outfit. Met wat blozen en onduidelijk gefriemel waren we uiteindelijk ingepakt en beladen met boog. Oh ja, mag ik op mijn hakken de baan op? vroeg ik aan de mannen. Ja hoor meisje, je kunt er zelfs op dánsen, die vloer kan wel wat hebben. Mooi, want anders had ik op slippers gemoeten, en zeg nou zelf, 12 cm hoge hakken zijn toch veeeeel beter.

Inmiddels zijn we de derde les gepasseerd. We waren nog met zijn drieën en we mochten met vizier. Vanaf 18 meter. Poe! Dat was best moeilijk. Ondanks mijn verwoede pogingen om schouders naar achteren-leun voorover maar niet te ver-voeten naast elkaar-hand onder je kin-snaar tegen de punt van je neus-linkervoet op rood-arm strekken-NIET NADENKEN! raakte ik zelden het middenste gele gedeelte van de schijf. wel een paar keer het stro naast de schijf. En de schijf van mijn buurvrouw. En het plafond. Licht gefrustreerd schoof ik op toen een stevige, meer ervaren dame met een veeeeel coolere boog naast me kwam staan. Oh! Jouw boog is veel mooier! riep ik tegen haar. Ze keek me aan en glimlachte minzaam. Ze wierp een schaduw over me toen ze haar boog spande.

Na iedere drie pijlen moet je 18 meter heen lopen om je pijlen te halen en weer 18 meter terug om ze netjes in je koker te deponeren. Toen ik bij de helft van de wand aankwam waar mijn pijlen zich verpreid hadden hoorde ik haar zeggen: hè, dat heb ik nou steeds, dat er maar één in het midden zit. (De andere twee pijlen zaten enkele cm van het midden vandaan.) Ja, reageerde ik, dat heb ik nou ook steeds, er zit er steeds maar één in. (In de schijf welteverstaan, behalve van de muur heb ik weinig middens geraakt.) Haar man moest erom lachen en knikte me bemoedigend toe.

Ik legde opnieuw een pijl in mijn boog. Mijn buurvrouw keek me aan en zei: Ehm.
Ik keek terug en liet mijn boog zakken. Ehm, nou, weet je, meestal is het beter om op platte schoenen te schieten want dan sta je stabieler...
Ik staarde haar aan. Daarna zei ik ijzig: Nou ehm, weet je, nee hoor, want ik loop al 12 jaar alleen maar op hakken dus als ik dat nu niet meer doe dan val ik om. Dus. Behalve dan als ik op mijn blote voeten loop want die zijn natuurlijk ook plat. Ha. Ha.

Ze wijdde zich weer aan haar pijlen. (Met roze veertjes aan de achterkant! Die wil ik ook!)
Hmpfs. Dacht ik. Platte schoenen. Ts. Ik schoot. Ik raakte het stro. Pf. Ik schoot nog eens. Ik raakte de buitenste rand van de schijf. Tsk. De derde pijl stopte net onder het plafond in de muur. De pijlen van mijn buurvrouw zaten allemaal in het geel.

Ik keek naar haar toen ze de pijlen ging halen. Ze was best goed. En haar boog was cool. En haar haar zat veel handiger dan het mijne, dat los hing en bij elke pijl gevaarlijk dicht bij de snaar kwam. Maar, dacht ik. Maar. Gelukkig, dacht ik, is mijn kont in ieder geval lang niet zo dik als die van haar! Ik kreeg de nijging mijn tong uit te steken. Toen kwam een van de mannen op me af. Schouder ontspannen! riep hij. En ik schoot weer verder. Naast de schijf.

donderdag 9 september 2010

met jou

Met jou
is alles anders
dan het was

soms rauw
en kil
soms ijselijk

maar zonder jou
is alles dood
ik ben waar ik moet zijn:
met jou

ik hou van jou
en de warmte die dat geeft