Het is klam en klef buiten. Binnen ook trouwens.
Met jas voelt het te warm, zonder jas... tja...
Ik stap uit de trein in de hoop frisse lucht te vinden, maar de klefheid verdicht zich. Het miezert ook nog. Het voelt lauwwarm en vochtig alsof de wereld in één grote nies is gehuld.
Naast de bushalte staat een stel te discussiëren over wanneer de bus komt. Zij beweert dat het nog tien minuten duurt, hij houdt vol dat het er nog vijf zijn. Ik rol met mijn ogen, ik kan het niet helpen. Hoe moeilijk kan het zijn wanneer de stationsklok voor je neus hangt en het busschema duidelijk aangeeft dat lijn 56 gepland staat voor 16.55 uur?
Ze hebben ook nog afschuwelijke schreeuwmuziek aangezet om hun oeverloze gekibbel te begeleiden.
Gelukkig komt de bus te vroeg, waarmee beiden gelijk krijgen en ik aan ze kan ontsnappen. Als derde stap ik de bus in en juist wanneer ik mijn bestemming aan de chauffeur kenbaar wil maken, dringt iemand achter mij zich op en vraagt met een dik accent of hij met zijn ticket nog verder mag reizen. Ik grimas naar de chauffeur en onwillig beantwoord hij de vraag van de dringer. Stomme toerist.
Even later zit ik op een prettige plek en geniet ik van het uitzicht: een ingewikkeld kraanvrachtwagenachtig voertuig takelt een spandoek op spandoekhouder neer waarop iets wordt aangekondigd over de op handen zijnde maritieme festiviteiten. Sail De Ruyter.
Ineens staat er een drom mensen voor de deuren van de bus. Met de boot van de overkant zijn hordes toeristen aangekomen. Ze hebben allemaal kinderen of honden bij zich die zich verdringen om binnen te komen.
Wanneer we vertrekken is de lucht vochtig van adem en verregende kleding. De uitgelaten kinderen maken meer herrie dan ik kan verdragen. Er begint er ééntje op luide toon kenbaar te maken dat hij de trein ziet. Moeder reageert niet of niet voldoende, het kind herhaalt de boodschap. En nog eens. En nog eens. En...
Een ander kind begint te blèren dat de boot teveel herrie maakt waarna de bijbehorende moeder uitlegt dat ze niet meer in de boot zijn. Het kind zet het op een krijsen.
De herrie zwelt aan wanneer we stoppen bij de verkeerslichten. 'Natuurlijk', denk ik, 'de brug zal ook nog wel open gaan...' Dit is gelukkig niet het geval. We rijden de brug op en staan ook daar nog een keer stil voor de lichten. Ik kijk wanhopig uit het raam.
Ineens, als in een film, verdwijnt alle herrie naar de achtergrond. Aan de waterkant, half in het water, staan ze. Prachtig en sierlijk, een ensemble van stralend wit en wollig grijs: het zwanenpaar dat ik enkele weken geleden met een groep donsballetjes had zien rondzwemmen is terug met inmiddels bijna-volwassen kroost. Een klein straaltje zonlicht valt op de uitslaande vleugels van een der ouders wanneer deze de veren poetst. Ik glimlach.
Dan rijdt de bus weer verder en dringen mijn medepassagiers zich weer aan mij op. Door de beslagen ruit kan ik de zwanen niet meer zien. De lucht is grijs. Waar is die zonnestraal? Heb ik het me verbeeld? De glimlach blijft echter totdat ik bij mijn halte de benauwdheid ontvlucht en de miezer weer instap.
Thuis overvalt de vermoeidheid me definitief en ik snak naar een douche om me van de plakkerigheid te ontdoen.
De zwanen lijken in mijn gedachten naar me te knipogen.
vrijdag 27 augustus 2010
woensdag 25 augustus 2010
Brieven aan jou
liefste,
Laat me je vertellen over Marrah. Haar kastanjeblonde haar, de twinkeling in haar ogen, het geluid van haar lach.
Laat me je over haar vertellen, want dat is de enige manier waarop ik haar levend kan houden. Haar leven kan schenken.
Het lijkt mijn lot haar met mijn woorden te moeten scheppen, ik heb haar met al het andere in de steek gelaten.
Langzaam lijkt het tot haar door te dringen, dat zij nooit zal bestaan, zoals jij en ik. Dat zij voor eeuwig een droom zal blijven, ijl en vervagend.
Ik koos voor jou, mijn lief. En niet voor haar.
Laat me je vertellen over Marrah. Haar kastanjeblonde haar, de twinkeling in haar ogen, het geluid van haar lach.
Laat me je over haar vertellen, want dat is de enige manier waarop ik haar levend kan houden. Haar leven kan schenken.
Het lijkt mijn lot haar met mijn woorden te moeten scheppen, ik heb haar met al het andere in de steek gelaten.
Langzaam lijkt het tot haar door te dringen, dat zij nooit zal bestaan, zoals jij en ik. Dat zij voor eeuwig een droom zal blijven, ijl en vervagend.
Ik koos voor jou, mijn lief. En niet voor haar.
vrijdag 20 augustus 2010
maandag 16 augustus 2010
Strange weather
Strange weather
'round my head
carrying shades
umbrella
and a woollen scarf:
an Augustday mixture
Strange weather
'round my bed
feeling love and pain
and fear
of being intimite
a relationship mixture
Please mister weatherman
help me make some sense
of this strange weather
going on
make it so that I won't doubt
what to wear and what to feel
'round my head
carrying shades
umbrella
and a woollen scarf:
an Augustday mixture
Strange weather
'round my bed
feeling love and pain
and fear
of being intimite
a relationship mixture
Please mister weatherman
help me make some sense
of this strange weather
going on
make it so that I won't doubt
what to wear and what to feel
zaterdag 7 augustus 2010
Stilte na de storm
Het is stil hier.
Alleen Swif houdt me gezelschap met zijn gespin.
Geduldig. Zacht. Lief.
Zijn stem is zacht.
Vanmiddag heb ik een tijdje gehuild.
Alle woorden van de laatste dagen kwamen voorbij.
Ik kan overal heen. Waarom ga ik dan niet?
De stilte toont geen genade. Die heeft geen boodschap aan ontkenning.
Ik zit vast in mijn gedachten.
Verdoofd, met vlagen van pijn.
Waarom hou ik nog van jou?
Leg je woorden en je handen bij de deur.
En misschien, misschien pak ik dan mijn koffer uit.
Alleen Swif houdt me gezelschap met zijn gespin.
Geduldig. Zacht. Lief.
Zijn stem is zacht.
Vanmiddag heb ik een tijdje gehuild.
Alle woorden van de laatste dagen kwamen voorbij.
Ik kan overal heen. Waarom ga ik dan niet?
De stilte toont geen genade. Die heeft geen boodschap aan ontkenning.
Ik zit vast in mijn gedachten.
Verdoofd, met vlagen van pijn.
Waarom hou ik nog van jou?
Leg je woorden en je handen bij de deur.
En misschien, misschien pak ik dan mijn koffer uit.
donderdag 5 augustus 2010
the beginning of the end
What if the one you love
is the one that hurts you?
When you cry and want to curl up
in someones arms
The arms that now are weapons against you
Instead of loving care
When the days that follow
are filled with explaining
With shame and having to defend
the very pain you're in
When you have to justify
the love that you're still feeling
When you know that what you want
isn't what you need
How do you climb up
When the ground beneath your feet
isn't certain anymore?
Guild wraps it's icy fingers 'round your heart
Did you allow this just by staying?
Are you creating a pathway in the dark
from wich no-one can return?
Look over your shoulder
turn around
leave this place behind you
step back into the bright times
But isn't hope just a slow death?
It's bound to take it's time
but in the end it might be
inevitable
is the one that hurts you?
When you cry and want to curl up
in someones arms
The arms that now are weapons against you
Instead of loving care
When the days that follow
are filled with explaining
With shame and having to defend
the very pain you're in
When you have to justify
the love that you're still feeling
When you know that what you want
isn't what you need
How do you climb up
When the ground beneath your feet
isn't certain anymore?
Guild wraps it's icy fingers 'round your heart
Did you allow this just by staying?
Are you creating a pathway in the dark
from wich no-one can return?
Look over your shoulder
turn around
leave this place behind you
step back into the bright times
But isn't hope just a slow death?
It's bound to take it's time
but in the end it might be
inevitable
woensdag 4 augustus 2010
Het verleden is het verleden
Vandaag bij de kassa zei het meisje tegen me: 'Volgens mij heb ik les van u gehad.' Ik dacht al dat ze me bekend voor kwam. 'Wij waren niet zo lief toen.'
Ik moet even zoeken in mijn hoofd. Ze noemt de naam van de school.
Ik ben verrast door mijn eigen reactie. Het interesseert me namelijk vrij weinig. Toch is de persoon die naar mijn venkel kijkt alsof ze zich afvraagt van welke planeet die komt, onderdeel van mijn besluit om het basisonderwijs vaarwel te zeggen. Een van de Monsters. 'Ach, als je nu maar lief bent...' zeg ik. Ze heeft de venkel verwerkt en zegt dat ze heel lief is. En dat ze 14,75 van me wil. Geef ik nog steeds les? Ja, aan volwassenen. Dat vindt ze heel wat anders. Ik meld tijdens het intoetsen van mijn pincode nog dat ik eigenlijk in Groningen werk. Ik geloof niet dat de afstand tot haar doordringt. Logisch, aardrijkskunde was niet haar sterke punt, als ik me goed herinner.
Ze wenst me 'nog een prettige dag' en gaat door met de volgende klant.
Blijkbaar heb ik het ze vergeven.
Ach, we waren allemaal nog kinderen toen...
Ik moet even zoeken in mijn hoofd. Ze noemt de naam van de school.
Ik ben verrast door mijn eigen reactie. Het interesseert me namelijk vrij weinig. Toch is de persoon die naar mijn venkel kijkt alsof ze zich afvraagt van welke planeet die komt, onderdeel van mijn besluit om het basisonderwijs vaarwel te zeggen. Een van de Monsters. 'Ach, als je nu maar lief bent...' zeg ik. Ze heeft de venkel verwerkt en zegt dat ze heel lief is. En dat ze 14,75 van me wil. Geef ik nog steeds les? Ja, aan volwassenen. Dat vindt ze heel wat anders. Ik meld tijdens het intoetsen van mijn pincode nog dat ik eigenlijk in Groningen werk. Ik geloof niet dat de afstand tot haar doordringt. Logisch, aardrijkskunde was niet haar sterke punt, als ik me goed herinner.
Ze wenst me 'nog een prettige dag' en gaat door met de volgende klant.
Blijkbaar heb ik het ze vergeven.
Ach, we waren allemaal nog kinderen toen...
dinsdag 27 juli 2010
Aanbevolen Prachtig
regen en kou
toch is het zomer
stilte op de werkvloer
functioneringsgesprekken
komen en gaan
zelfde praatje, andere baan
de rust en onrust
van cursisten in een toets
zweeft op de achtergrond
mengt zich met
buitengeluid
lauwe thee
een appel
weer een dag
hoeveel zijn het er al?
weer een dag
ze gaan maar door
vol vooruitzichten
deze dag
en dan nog tachtig
gevuld met onzindoorspekte
serieuzigheden
een parade
van eendenpuppies
en konijnen
een fruitorkest en
foodfaces
deze dag
en dan nog tachtig
allemaal aanbevolen prachtig
toch is het zomer
stilte op de werkvloer
functioneringsgesprekken
komen en gaan
zelfde praatje, andere baan
de rust en onrust
van cursisten in een toets
zweeft op de achtergrond
mengt zich met
buitengeluid
lauwe thee
een appel
weer een dag
hoeveel zijn het er al?
weer een dag
ze gaan maar door
vol vooruitzichten
deze dag
en dan nog tachtig
gevuld met onzindoorspekte
serieuzigheden
een parade
van eendenpuppies
en konijnen
een fruitorkest en
foodfaces
deze dag
en dan nog tachtig
allemaal aanbevolen prachtig
maandag 14 juni 2010
Waarom liefde soms zo zinloos is
Het lost niets op hoor, als je dat soms dacht.
Zij geeft, hij geeft, en op het einde blijven ze beiden met lege handen, of erger, lege harten over...
Die zoete intoxicatie verdwijnt altijd, wat achter blijft is minder dan ervoor.
Maar, na een tijdje wen je eraan. Zo schijnt het althans. Of misschien houden we op er om te geven. Ik weet het niet. Feit blijft dat je altijd ergens toegeeft. Soms net te veel, vaak net te laat.
Het werkt niet omdat het prettig is. Oh nee. Juist tegenovergesteld. We houden ons voor dat het prettig is, want het werkt immers. Misschien niet goed, maar werken doet het.
Toch, ongelukkig is het niet. Je moet soms even tussen de bomen door voordat je het bos kunt zien. En tussen het lommer is het uiteindelijk aangenaam toeven.
Zij geeft, hij geeft, en op het einde blijven ze beiden met lege handen, of erger, lege harten over...
Die zoete intoxicatie verdwijnt altijd, wat achter blijft is minder dan ervoor.
Maar, na een tijdje wen je eraan. Zo schijnt het althans. Of misschien houden we op er om te geven. Ik weet het niet. Feit blijft dat je altijd ergens toegeeft. Soms net te veel, vaak net te laat.
Het werkt niet omdat het prettig is. Oh nee. Juist tegenovergesteld. We houden ons voor dat het prettig is, want het werkt immers. Misschien niet goed, maar werken doet het.
Toch, ongelukkig is het niet. Je moet soms even tussen de bomen door voordat je het bos kunt zien. En tussen het lommer is het uiteindelijk aangenaam toeven.
woensdag 5 mei 2010
Wereldreiziger
Ik had maar één criterium: hij moest roze zijn. KNALroze. En dat issie. Mijn koffer op wielen. Nu reis ik voor mijn werk met de NS-businesscard door heel Nederland. Voorlopig naar Woerden en Utrecht, maar binnenkort ook naar Eindhoven, Amsterdam en Groningen.
Elke maandag ga ik met bus-trein-andere trein naar Woerden, loop daar een dikke tien minuten met mijn roze koffer naar mijn werk, aan het einde van de dag weer terug naar het station, stap in de trein naar Utrecht, steek Hoog Catharijne over en meld me bij mijn hotel. (Behalve de eerste dag, toen ik drie kwartier door Utrecht gedwaald heb, om er ten slotte achter te komen dat het hotel echt DIRECT naast het station lag en ik er al een kwartier naar had staan staren toen ik mijn pizza at... maar dat terzijde.) Op dinsdag ontbijt ik in het hotel, smeer heimelijk een paar boterhammen voor tussen de middag, haal mijn koffer op in mijn kamer, check uit en vertrek weer met de trein naar Woerden, waar ik - met roze koffer - weer de weg naar mijn werk afleg.
En aan het eind van de dag weer terug. En weer met trein-andere trein-auto van lief naar huis. Op donderdag en vrijdag herhaal ik dit.
En wat voel ik me een wereldreiziger. En wijs en belangrijk als ik bij het hotel heel blasé kan zeggen dat ik 'ja al vaker in dit hotel ben geweest en weet dat ik mijn sleutelpas nodig heb voor de lift'. En heel relaxt in het restaurant om het weekmenu vraag en oh ja, die wijn van laatst en geamuseerd glimlach om de mannen-in-pak die grote verhalen in typisch hoekig Hollands-Engels ophangen.
Vandaar ook dat ik me extra schaamde toen ik vorige week ineens in Abcoude stond. Waar? Juist. Abcoude. Weet je wat ze hebben in Abcoude? Koeien. En gras.
Laat ik bij het begin beginnen. Van mijn perron gaat er elke 10 minuten een trein naar Utrecht. Soms stop ik in Vleuten en Utrecht Terwijden. Meestal niet.
Toen ik dus een trein net miste, maakte ik me niet druk: ik was tenslotte ruim op tijd voor de volgende. En die kwam al na 5 minuten. Ik stapte ontspannen in en luisterde naar The Baseballs op mijn roze MP3-speler alsof ik hier volledig thuis hoorde. De trein stopte en ik zag dat ik nog niet in Utrecht was. Verbaasd keek ik naar de klok op mijn werktelefoon. Ik had er toch al moeten zijn... Had ik dan tóch een stoptrein?
Het bord buiten gaf aan dat dit station Breukelen heette. Breukelen? BREUKELEN? In paniek keek ik naar de lichttekst bovenin de coupé. Volgende halte: Abcoude... Eindhalte: Amsterdam CS. Oeps...
Ineens wist ik zéker dat de conducteur langs zou komen en aan mijn angstzweet zou zien dat ik verkeerd zat. Ik had natuurlijk geen kaartje voor Abcoude EN ik was niet uitgestapt in Breukelen, wat het eerste station was na mijn vergissing...
Twaalf slopende minuten later stapte ik uit in Abcoude en zag de trein naar Utrecht aan de andere kant van het perron staan. Maar... ik had natuurlijk geen kaartje. Angsthaas die ik ben durfde ik het niet aan en was zodoende gedwongen mijn trein te zien vertrekken terwijl ik in the middle of nowhere een kaartje Abcoude-Utrecht CS kocht.
Een half uur lang staarde ik naar de koeien. En belde ik met mijn zusje. Het grootste probleem vond ik nog wel dat ik dit nooooit zou kunnen bekennen. Iedereen kan natuurlijk een keer de verkeerde trein nemen, dan heb je gewoon pech gehad, maar als je als Zeeuws Meisje die fout maakt, is dat 'natuurlijk omdat je de grote stad en meer dan één trein niet gewend bent´. En ik wilde zoooo graag nonchalant kunnen zeggen dat ik zo vaak met de trein ga en het precies weet... zucht...
Ruim een uur later dan gepland was ik weer thuis. In mijn hotel dan. Gelukkig had ik vandaag wél mijn sleutel bij me...
Oh, had ik dat nog niet verteld? Nou, normaal check ik dus maandag/donderdag in, en dinsdag/vrijdagmorgen weer uit. Geen gedoe met sleutels dus. Maar in de laatste week van april hadden we natuurlijk op vrijdag Koninginnedag. Dus bleef ik van maandag tot donderdag in één stuk. Ik vroeg nog heel slim: moet ik de sleutel 's morgens afgeven, of mag ik hem bij me houden?
's Middags bleek dat ik hem beter had kunnen afgeven. Ik had mijn sleutel op mijn werk laten liggen. Mezelf klein makend fluisterde ik tegen de baliemedewerkster dat ik iets heeeel stoms had gedaan... 'Oh geen probleem hoor, ik maak even een nieuwe voor u aan. Wat is uw kamernummer?' Er kwam een privacyvraagstuk in me op, maar dat slikte ik op tijd in. Ik sloop naar mijn kamer.
Verder gaat het best goed hoor. Geen badjassen per ongeluk gestolen, niet de minibar geplunderd, niets achtergelaten... Zelfs mijn elektrische tandenborstel niet...
Nou, nog ééntje dan: Op maandag kwam ik heel stoer en opgewekt het lokaal binnen van de training (een kwartier te laat, anders red ik het niet), hoor ik me toch ineens een herrie. Verbaasd keek ik om me heen en vroeg me hardop af wat dat was. Nader onderzoek bracht me bij mijn eigen roze reisgenoot terug. De herrie kwam uit mijn koffer.
Met stijgende paniek realiseerde ik me wat het was, maar nog belangrijker: hoe het overkwam. Snel maakte ik mijn koffer open en graaide in mijn toilettas. Jawel: tandenborstel on the move. Ik maakte het nog erger door mijn koffer te overtreffen in kleur met mijn gezicht, en vooral heel duidelijk te zeggen dat het écht mijn tandenborstel betrof die mijn hele rijdende bezit liet vibreren.
Zucht. Ik denk dat ik nog even moet oefenen voor ik zo mondain ben als ik mezelf graag zie. Vooralsnog troost ik me maar met de gedachte dat ik in ieder geval voor literair vermaak kan zorgen door mijn avonturen te delen...
Elke maandag ga ik met bus-trein-andere trein naar Woerden, loop daar een dikke tien minuten met mijn roze koffer naar mijn werk, aan het einde van de dag weer terug naar het station, stap in de trein naar Utrecht, steek Hoog Catharijne over en meld me bij mijn hotel. (Behalve de eerste dag, toen ik drie kwartier door Utrecht gedwaald heb, om er ten slotte achter te komen dat het hotel echt DIRECT naast het station lag en ik er al een kwartier naar had staan staren toen ik mijn pizza at... maar dat terzijde.) Op dinsdag ontbijt ik in het hotel, smeer heimelijk een paar boterhammen voor tussen de middag, haal mijn koffer op in mijn kamer, check uit en vertrek weer met de trein naar Woerden, waar ik - met roze koffer - weer de weg naar mijn werk afleg.
En aan het eind van de dag weer terug. En weer met trein-andere trein-auto van lief naar huis. Op donderdag en vrijdag herhaal ik dit.
En wat voel ik me een wereldreiziger. En wijs en belangrijk als ik bij het hotel heel blasé kan zeggen dat ik 'ja al vaker in dit hotel ben geweest en weet dat ik mijn sleutelpas nodig heb voor de lift'. En heel relaxt in het restaurant om het weekmenu vraag en oh ja, die wijn van laatst en geamuseerd glimlach om de mannen-in-pak die grote verhalen in typisch hoekig Hollands-Engels ophangen.
Vandaar ook dat ik me extra schaamde toen ik vorige week ineens in Abcoude stond. Waar? Juist. Abcoude. Weet je wat ze hebben in Abcoude? Koeien. En gras.
Laat ik bij het begin beginnen. Van mijn perron gaat er elke 10 minuten een trein naar Utrecht. Soms stop ik in Vleuten en Utrecht Terwijden. Meestal niet.
Toen ik dus een trein net miste, maakte ik me niet druk: ik was tenslotte ruim op tijd voor de volgende. En die kwam al na 5 minuten. Ik stapte ontspannen in en luisterde naar The Baseballs op mijn roze MP3-speler alsof ik hier volledig thuis hoorde. De trein stopte en ik zag dat ik nog niet in Utrecht was. Verbaasd keek ik naar de klok op mijn werktelefoon. Ik had er toch al moeten zijn... Had ik dan tóch een stoptrein?
Het bord buiten gaf aan dat dit station Breukelen heette. Breukelen? BREUKELEN? In paniek keek ik naar de lichttekst bovenin de coupé. Volgende halte: Abcoude... Eindhalte: Amsterdam CS. Oeps...
Ineens wist ik zéker dat de conducteur langs zou komen en aan mijn angstzweet zou zien dat ik verkeerd zat. Ik had natuurlijk geen kaartje voor Abcoude EN ik was niet uitgestapt in Breukelen, wat het eerste station was na mijn vergissing...
Twaalf slopende minuten later stapte ik uit in Abcoude en zag de trein naar Utrecht aan de andere kant van het perron staan. Maar... ik had natuurlijk geen kaartje. Angsthaas die ik ben durfde ik het niet aan en was zodoende gedwongen mijn trein te zien vertrekken terwijl ik in the middle of nowhere een kaartje Abcoude-Utrecht CS kocht.
Een half uur lang staarde ik naar de koeien. En belde ik met mijn zusje. Het grootste probleem vond ik nog wel dat ik dit nooooit zou kunnen bekennen. Iedereen kan natuurlijk een keer de verkeerde trein nemen, dan heb je gewoon pech gehad, maar als je als Zeeuws Meisje die fout maakt, is dat 'natuurlijk omdat je de grote stad en meer dan één trein niet gewend bent´. En ik wilde zoooo graag nonchalant kunnen zeggen dat ik zo vaak met de trein ga en het precies weet... zucht...
Ruim een uur later dan gepland was ik weer thuis. In mijn hotel dan. Gelukkig had ik vandaag wél mijn sleutel bij me...
Oh, had ik dat nog niet verteld? Nou, normaal check ik dus maandag/donderdag in, en dinsdag/vrijdagmorgen weer uit. Geen gedoe met sleutels dus. Maar in de laatste week van april hadden we natuurlijk op vrijdag Koninginnedag. Dus bleef ik van maandag tot donderdag in één stuk. Ik vroeg nog heel slim: moet ik de sleutel 's morgens afgeven, of mag ik hem bij me houden?
's Middags bleek dat ik hem beter had kunnen afgeven. Ik had mijn sleutel op mijn werk laten liggen. Mezelf klein makend fluisterde ik tegen de baliemedewerkster dat ik iets heeeel stoms had gedaan... 'Oh geen probleem hoor, ik maak even een nieuwe voor u aan. Wat is uw kamernummer?' Er kwam een privacyvraagstuk in me op, maar dat slikte ik op tijd in. Ik sloop naar mijn kamer.
Verder gaat het best goed hoor. Geen badjassen per ongeluk gestolen, niet de minibar geplunderd, niets achtergelaten... Zelfs mijn elektrische tandenborstel niet...
Nou, nog ééntje dan: Op maandag kwam ik heel stoer en opgewekt het lokaal binnen van de training (een kwartier te laat, anders red ik het niet), hoor ik me toch ineens een herrie. Verbaasd keek ik om me heen en vroeg me hardop af wat dat was. Nader onderzoek bracht me bij mijn eigen roze reisgenoot terug. De herrie kwam uit mijn koffer.
Met stijgende paniek realiseerde ik me wat het was, maar nog belangrijker: hoe het overkwam. Snel maakte ik mijn koffer open en graaide in mijn toilettas. Jawel: tandenborstel on the move. Ik maakte het nog erger door mijn koffer te overtreffen in kleur met mijn gezicht, en vooral heel duidelijk te zeggen dat het écht mijn tandenborstel betrof die mijn hele rijdende bezit liet vibreren.
Zucht. Ik denk dat ik nog even moet oefenen voor ik zo mondain ben als ik mezelf graag zie. Vooralsnog troost ik me maar met de gedachte dat ik in ieder geval voor literair vermaak kan zorgen door mijn avonturen te delen...
Abonneren op:
Posts (Atom)